Stichting Vrienden Vollebregt Orgel Ouderkerk aan de Amstel heeft als doel het monumentale Vollebregtorgel uit 1878 in de St. Urbanuskerk in Ouderkerk aan de Amstel in goede staat te houden en het orgel onder de belangstelling te brengen, door het organiseren van concerten en anderszins.
Subsidies en donaties zijn daarvoor heel welkom.

Het Vollebregt Orgel in de St. Urbanuskerk Ouderkerk

Over het Vollebregt Orgel

Het fraaie orgel in Ouderkerk aan de Amstel is gemaakt door Jacobus J. Vollebregt. Het werd gebouwd tussen 1876 en 1878.

De neogotische kas en de balustrade van het oxaal (= scheidingswand tussen kerk en koor) zijn ontworpen door P.J.H. Cuypers. Het sobere neogotische orgelfront, dat afwijkt van alle andere door Vollebregt gehanteerde fronttypes, is ontworpen door de architect. Het front is aangepast aan het rozetraam waarin de H. Caecilia spelend op een orgelpositief is afgebeeld. Het instrument was destijds een geschenk van de parochianen aan hun pastoor Claasen ter gelegenheid van diens 25-jarig priesterfeest. De kas, de windladen, de klaviatuur, de speel- en registermechaniek en verreweg het grootste deel van het pijpwerk verkeren nog in hun oorspronkelijke staat. Het orgel heeft 24 registers verdeeld over 2 manualen en pedaal.

Het orgel is een rijksmonument, 31950, net als de St. Urbanuskerk, 511287.

Jacobus J. Vollebregt (1834-1904) was een Nederlands orgelbouwer. Vader Johannes en zoon Jacobus Vollebregt hadden hun werkplaats in ’s-Hertogenbosch. Samen hebben ze 37 nieuwe orgels vervaardigd. Het eerste Vollebregt-orgel van vader Johannes Vollebregt stamt uit 1846. Daarna zijn een groot aantal orgels gebouwd, onder meer in ’s-Hertogenbosch (St. Cathrien), Bruegel (St. Genoveva), St. Anthonis (St. Anthonius), Zevenbergen (H. Bartholomeus, verwoest in WO II), St. Agatha (Klooster paters Kruisheren, thans in Sleen, Herv. Kerk), Kaatsheuvel (St. Jan), Besoyen (Ned. Herv. Kerk) en Best (H.Odulphus).

Het Vollebregt Orgel in de Sint Urbanuskerk van Ouderkerk ad Amstel

Zoals de algemeen gehanteerde aanduiding “Vollebregt-orgel” al aangeeft is het orgel gebouwd door de firma Vollebregt. De orgelbouwer Jacobus Vollebregt (19-10-1825 – 02-09-1888) was een zoon van de orgelbouwer Johannes Vollebregt (Maassluis, 21 mei 1793 – 17 mei 1872). In 1841 ging Johannes Vollebregt in de leer bij de orgelbouwers Lohman, Bätz en Naber. Vanaf 1846 bouwt hij als meester bouwer een groot aantal orgels onder meer in de St. Cathrienkerk in ’s-Hertogenbosch, zijn woonplaats, in Bruegel (St. Genoveva kerk), St. Anthonis (St. Anthonis kerk) Erp, Gemonde, Zevenbergen, Steen, Kaatsheuvel, Besoyen, Best. Het eerste Volle-bregt-orgel stamt uit 1846, was gebouwd voor de Kruisheren van het Sint Agatha klooster te Cuijk en bevindt zich sinds 1949 in de Her-vormde kerk te Sleen. Vader Johannes en zoon Jacobus Vollebregt hebben samen 37 nieuwe orgels vervaardigd.

Het orgel dat zich nu in de Sint Urbanus bevindt heeft Jaco-bus Vollebregt hier gebouwd tussen 1876 en 1878, toen Paulus Andreas Claasen pastoor was van Ouderkerk en deken van Amstel-land. Het orgel werd opgeleverd in het jaar 1878. Het instrument was destijds een geschenk van de parochianen aan hun pastoor Claasen ter gelegenheid van diens 25-jarig priesterfeest. In de periode daar-vóór werd een orgel gebruikt dat afkomstig was van de kerk van buitenplaats Overkerk en dat gebouwd was door Leonardus van den Brink.

De neogotische kas en de balustrade van het oxaal (de scheidingswand tussen kerk en koor) zijn ontworpen door P.J.H. (Pierre) Cuypers. Ook het sobere neogotische orgelfront, dat afwijkt van alle andere door Vollebregt gehanteerde fronttypes, is ontworpen door de architect. Het front is aangepast aan het rozetraam waarin de H. Caecilia spelend op een orgelpositief is afgebeeld. De rood- en groen gebiesde horizontale lijst van de orgelkas wordt gesierd met de in goud geschilderde tekst: “Laudate eum in chordis et organo”. Een aansporing uit vers 4 van psalm 150. In de Statenvertaling van 1619 staat daar “Looft Hem met de trommel en fluit – Looft Hem met snarenspel en orgel”

Oorspronkelijke dispositie (1878)

De huidige dispositie is gelijk aan de oorspronkelijke dispositie.
De kas, de windladen, de claviatuur, de speel- en registermechaniek en verreweg het grootste deel van het pijpwerk verkeren nog in hun oorspronkelijke staat. In 1923 is de windvoorziening geëlektrificeerd.

Wijzigingen bij de restauratie van 1954

Eind 1940 werd het orgel geïnspecteerd door orgelbouwer Joseph Adema. Hij liet pastoor Theodorus Schoenmaker weten dat hij groot onderhoud noodzakelijk achtte. Door de troebelen van de oorlog vertraagd kwam het pas in 1944 tot een gedetailleerde offerte waarna uiteindelijk tussen oktober 1953 en juni 1954 de restauratie werd uitgevoerd, door Hubert Schreurs, de opvolger van Joseph Adema.
Aan het hoofdmanuaal werd de samenstelling van de mixtuur gewijzigd. De Trompet 8′ werd aangepast. Beide veranderingen om een betere klank te verkrijgen. In het Positief werd de Flauto Dolce vervangen door een Sesquialter. De 14 frontpijpen van de octaafbas 8′ werden omgesmolten en opnieuw in stijl gemaakt. Door tinpest aangetaste pijpen werden gerepareerd.

Wijzigingen bij de restauratie van 2006

In 2004 werd begonnen met een grondige restauratie van het orgel, dat langzaamaan vrijwel onbespeelbaar was geworden. De oorzaken van de moeilijke bespeelbaarheid waren verzakking en waterschade. Daardoor was o.a. de helft van het pedaalklavier onbespeelbaar. Om ervoor te zorgen dat ook in de toekomst het orgel goed zou worden verzorgd én worden bespeeld, werd in januari 2004 de Stichting Vrienden van het Vollebregt Orgel opgericht. De stichting kon voortbouwen op het werk van de Orgelcommissie die functioneerde van 1990 tot 2004. Zodoende was zij in staat om al op 25 maart 2004 aan de firma Léon Verschueren de opdracht te geven tot een allesomvattend herstel van het orgel.
Speciaal met de bedoeling het oude geluid van het orgel vast te leggen werd vooraf, op 13 maart van dat jaar, een opname gemaakt van een bespeling van het orgel door Eric Jan Joosse. Een CD met een speelduur van 28 minuten is nog steeds verkrijgbaar.
In september werd het orgel geheel gedemonteerd en overgebracht naar het atelier van de firma Verschueren. Alle onderdelen werden daar schoongemaakt en waar nodig gereviseerd of nieuw gemaakt.
Het register Flaute Dolce 8′ werd teruggebouwd ter vervanging van de Sesquialter. Daarmee werd dus een belangrijke wijziging uit 1954 ongedaan gemaakt. Het register Hobo 8′ onderging een aanpassing in de intonatie. De mixtuur werd gereconstrueerd naar de oorspronkelijke samen-stelling. De toonhoogte bleef 435 Hz, de stemming evenredig zwevend.
In juni 2006 werd het orgel weer opgebouwd. De heringebruikname van het orgel werd gevierd met een feestelijk concert op 17 september met als organisten Eric Jan Joosse, Paul Houdijk en Ton van Eck. Het koor Sint Caecilia zong psalm 150, net als destijds werd gezongen bij de eerste ingebruikname van het orgel in 1878.
Tijdens deze, meest recente restauratie is ook de motor voor de windvoorziening gereviseerd.

Huidige dispositie (2021)

Hoofdmanuaal:
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Salicionaal 8′
Octaaf 4′
Gedekte Fluit 4′
Quint 3′
Nachthoorn 2′
Mixtuur 2′
Trompet bas/discant 8′

Onderpositief:
Prestant 8′
Bourdon 8′
Viola da Gamba 8′
Flauto Dolce 8′
Saliset 4′
Roerfluit 4′
Gemshoorn 2′
Hobo Discant 8′

Pedaal:
Open Subbas 16′
Octaafbas 8′
Wijdgedekt 8′
Prestant 4′
Octaaf 2′
Trompet 8′

Werktuigelijke registers:
Ventil
Manuaalkoppel
Pedaalkoppel

Het orgel is rijksmonument 31950.

Stichting Vrienden Vollebregt Orgel Ouderkerk
Deze stichting is opgericht in 2004 om het Vollebregt Orgel in Ouder-kerk te behouden en te onderhouden, en organiseert daarvoor onder meer jaarlijks een aantal meer concerten.

Bronnen:
“Als een waardig sieraad in onze schoone kerk” door Ton van Eck, 2006; “Urbanus in Ouderkerk, Jubileumboek 1867-2017”, waarin een hoofdstuk is gewijd aan het orgel.
Meer details over de beide restauraties kan men lezen in het boekje “Als een waardig sieraad in deze schoone kerk”, door Ton van Eck,
Uitgegeven ter gelegenheid van de restauratie aangevangen in okto-ber 2004 en afgerond in juni 2006.

The Vollebregt Orgel in the Sint Urbanus church of Ouderkerk aan de Amstel

As the general term “Vollebregt Orgel” already indicates, the organ has been built by organ builder Vollebregt.
The organ builder Jacobus Vollebregt (19-10-1825 – 02-09-1888) was a son of organ builder Johannes Vollebregt (Maassluis, 21 May 1793 – 17 May 1872). In 1841 Johannes Vollebregt started working as an apprentice with the organ builders Lohman, Bätz and Naber. As from 1846 as a master builder he has been building a large number of organs: in the St. Cathrienkerk in ’s-Hertogenbosch, his place of residence, in Bruegel (St. Genoveva church), St. Anthonis (St. Anthonis church) Erp, Gemonde, Zevenbergen, Steen, Kaatsheuvel, Besoyen, Best. The first Vollebregt organ, dating from 1846, was built for the Tower of the Crosiers of the Saint Agatha Monastery in Cuijk and has been moved to the Reformed Church in Sleen in 1949, where it still resides at present. Father Johannes and son Jacobus Vollebregt produced 37 new organs together.

The organ that is now located in Saint Urbanus has been built in this church between 1876 and 1878, when Paul Andreas Claasen was priest at Ouderkerk and dean of Amstelland. The organ was de-livered in the year 1878. At the time, the instrument was a gift from the parishioners to their priest, pastor Claasen, on the occasion of his 25th annyversary of his priesthood.
In the time before that, another organ was used, which came from the church of the country estate Overkerk and that had been built by Leonardus van den Brink, who has built the organ of the English Episcopal Church (Christ Church) in Amsterdam as well.
The neo-Gothic organ case and the balustrade of the oxal (the partition between church and choir) were designed by P.J.H. (Pierre) Cuypers. The sober neo Gothic organ front, which is different from all the other front types used by Vollebregt, is also designed by the architect. The front panel is adapted to the window in which Saint Caecilia playing on an organ positive has been depicted.
The red and green area horizontal list of the organ case is decorated with the text painted in gold: “Laudate éum in chordis et organo”. An incentive out of Psalm 150 stanza 4. In the 1619 Statebible* transla-tion “Looft Hem met de trommel en fluit – Looft Hem met snarenspel en orgel” (Praise him with the drum and flute – Praise him with string play and organ).

Original Disposition (1878)

The current disposition is the same as the original disposition.
The organ case, the wind drawers, the claviature, the play and register mechanics and by far the majority of the pipe work are still in their original state. In 1923, the wind power supply was electrified.

Modifications to the restoration of 1953

At the end of 1940, the organ was inspected by organ builder Joseph Adema. He told Pastoor Theodorus Schoenmaker that he considers great maintenance being necessary. The troubles of the war caused a delay on to 1944 when a detailed offer was made, after which the restoration was finally carried out between October 1953 and June 1954, by Hubert Schreurs, the successor of Joseph Adema. The composition of the mixture was changed at the main manual. The Trompet 8’ was modified. Both changes to obtain a better sound. In the positive, the Flauto Dolce was replaced by a Sesquialter.
The 14 front pipes of the octave bass 8’ were melted and re-made in style. Tinpest-damaged pipes were repaired.

Changes to the restoration of 2006

In 2004 a thorough restoration of the organ was started. The organ had gradually become virtually unplayable. The causes of the difficult playability were subsidence and water damage. As a result, half of the pedalboard was unplayable.
In order to ensure that the organ is well cared for and being played in the future, the Friends Foundation of the Vollebregt Organ was established in January 2004. The Foundation was able to take off based on the work of the Organ Commission which operated from 1990 to 2004. As a result, it was able to order Léon Verschueren to restore the organ in its entirety on 25 March 2004.
Especially with the intention of recording the old sound of the organ, a recording of an organ play by Eric Jan Joosse was made beforehand on the 13th of March of that year. A CD with a 28-minute playing time is still available. In September, the organ was completely dismantled and transferred to the studio of Verschueren. All parts were cleaned there and when necessary refurbished or newly made. The register Flaute Dolce 8’ was rebuilt to replace the Sesquialter. This has therefore reversed a significant change from 1954. The register Hobo 8’ underwent an adjustment in intonation. The mixture was reconstructed to its original composition. The pitch remained 435 Hz, the mood floating proportionally. In June 2006 the organ was rebuilt. The recommissioning of the organ was celebrated with a festive concert on September 17 with organists Eric Jan Joosse, Paul Houdijk and Ton van Eck. The choir Saint Caecilia was singing psalm 150, as had been sung at the time of the first introduction of the organ in 1878.
During this most recent restoration, the wind motor was also overhault.

Current (and original) Disposition (2021)

Master manual:
Bourdon 16’
Principal 8’
Hollow pipe 8’
Salicional 8’
Octave 4’
Covered Flute 4’
Quint 3’
Night horn 2’
Mixture 2’
Trumpet bass/discant 8’

Underpositive:
Principal 8’
Bourdon 8’
Viola da Gamba 8’
Flauto Dolce 8’
Saliset 4’
Flute 4’
Gemshorn 2’
Hoboe descant 8’

Pedal:
Open Subbass 16’
Octave bass 8’
Wide 8’
Principal 4’
Octave 2’
Trumpet 8’

Implement level registers:
Vent
Manual torque
Pedal torque

The organ is a national monument 31950.

Stichting Vrienden Vollebregt Orgel Ouderkerk:
This foundation was founded in 2004 to preserve and maintain the Vollebregt Organ in Ouderkerk and organizes a number of concerts each year in order to raise funds.

Sources:
“Als een waardig sieraad in onze schoone kerk” by Ton van Eck, which contains a detailed description of the organ and its restauration in 2006. It was Published on the occasion of the restoration that started in October 2004 and was completed in June 2006.

The book “Urbanus in Ouderkerk, Jubilee book 1867-2017″, in which a chapter is devoted to the organ.
More details about the two restorations can be read as well in the booklet “Als een waardig sieraad in onze schoone kerk”, by Ton van Eck, published on the occasion of the restoration started in October 2004 and completed in June 2006.